zondag 2 februari 2014

Bulgur Pilavi

Toch zijn er nog veel mensen die het vreemd vinden dat hier wekelijks bulgur op tafel staat. Op de een of andere manier is de Turkse en Arabische keuken nog lang niet ingeburgerd in ons land, ondanks de vele immigranten. Veel Nederlanders hebben inmiddels de weg gevonden naar de Turkse en Marokkaanse winkeltjes maar vaak wordt daar dan toch weer gekozen voor bekende producten. Enerzijds is de taalbarrière natuurlijk vaak een probleem, anderzijds heb ik ook wel eens het gevoel dat men toch een eigen samenleving binnen Nederland wil blijven. Heel erg jammer want ik denk dat we beiden veel van elkaar kunnen leren en er bestaat denk ik geen mooiere manier dan te beginnen met het delen van elkaars voedsel.


Zelf kom ik tegenwoordig wekelijks in het Marokkaanse winkeltje een stad verder. Ik koop er groenten, fruit, rijst, droge en verse kruiden, kaas, brood en natuurlijk bulgur. Bulgur is ons huis veranderd van een rijst-achtig hoopje naast vlees en salade tot inmiddels geurige schalen met bulgur, verse kruiden en gegrilde groenten. Een beetje interesse in een andere cultuur kan je zoveel opleveren en ik leer iedere keer bij. Meestal serveer ik de groenten en het vlees apart op de schaal maar vandaar had ik niet zo veel zin in veel servies en aparte pannen. Liefst alles in een pan dus en zo snel en makkelijk mogelijk.


Ingrediënten voor 4 personen:

  • 1 ui
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 kleine aubergine
  • 1 kleine courgette
  • 1 rode paprika
  • 2 kipfilets (ongeveer 400 gram)
  • 1/2 eetlepel ras el hanout
  • 1 eetlepel paprikapoeder
  • 2 eetlepels biber salçası tatli (de milde variant)
  • 3 à 4 eetlepels platte peterselie
  • 1/2 blik kikkererwten
  • 200 gram medium bulgur
  • 280 ml gekookt water
  • zout naar smaak
  • neutrale olie
Bereidingswijze:

Snijd de kipfilet in kleine blokjes en bak deze rondom bruin in ongeveer een eetlepel olie. Voeg de ras el hanout en het paprikapoeder toe en laat de kruiden nog even mee bakken.


Snipper ondertussen de ui en de knoflook fijn. Snijd de courgette, aubergine en paprika in blokjes van 1 tot 2 cm. Giet de kikkererwten af en spoel ze even goed af onder stromend water. Laat ze in een zeef uit lekken. Laat het water al aan de kook komen.

Voeg de ui en de knoflook aan de kipfilet toe en laat deze even mee fruiten. Voeg de biber salçası toe en vervolgens de blokjes courgette, aubergine en paprika. Laat alles even op hoog vuur goed bakken. Houd de groenten goed in beweging om te voorkomen dat de knoflook of biber salçası aan brand. Doet dit ongeveer 3 minuten om zeker te zijn dat de aubergine gaar is. Voeg dan de bulgur toe, roer goed door en schenk het water, erover. Vuur hoog en een minuut goed door roeren. Vervolgens het vuur uit, kikkererwten in de pan en het deksel erop. Laat de bulgur Pilavi ongeveer 10 minuten afgedekt staan. 

Ondertussen maakte wij van het halve blik kikkererwten dat we over hadden nog snel een heerlijke hoummous, van een restje Turkse yoghurt nog een beetje cacik door er een teentje knoflook en wat zout en peper door heen te roeren. Het brood op de foto waren piadina's maar dan extra dun uitgerold, gebruikt als een soort van flatbread. Een aanrader.

vrijdag 31 januari 2014

Foodblogswap Januari 2014; Stoofvlees met bier

De Foodblogswap vind ik toch wel een van die leuke bijkomstigheden van het hebben van een Foodblog. Niet alleen ben je bezig met het ontwikkelen van je eigen Foodblog maar je kijkt ook iedere maand even buiten je eigen keuken. Hoe pakt die ander de dingen aan en vooral natuurlijk; wat kook hij of zij. Inmiddels mag ik deze maand voor de vierde keer mee doen. Via Facebook wordt een verdeling gemaakt onder de op gegeven Foodbloggers en dan kun je aan de slag. In deze eerste maand van het nieuwe jaar mocht ik koken van de blog I like ur food, de foodblogger met dubbele tong zoals ze zichzelf onder andere omschrijft op Twitter. Ze laat zich inspireren in vernieuwde gerechten met een tic. En laat ik nu af en toe best van een tic houden. Meestal "on the side" in een glas maar waarom ook niet gewoon verwerkt in je gerecht. 

Het was een beetje moeilijk uit zoeken dit keer. Ik probeer er toch altijd vanuit te gaan dat het niet de bedoeling is dat ik tig nieuwe ingrediënten moet kopen maar de meeste likeurtjes en biertjes had ik toch niet in huis. Dus ik besloot een stoofgerecht te nemen waarvoor ik bijna alles in huis had en het biertje aan te passen met een meer verkrijgbare variant. Alles klaar liggen en aan de gang dus. Het originele recept ietsje aangepast, door het uitbakken van de spekjes vond ik extra olijfolie namelijk niet meer nodig en aangezien ik geen peperkoek had en maizena ging gebruiken heb ik de bloem ook weg gelaten. Ook heb ik geen kaneel gebruikt omdat ik dat persoonlijk al gauw te overheersend vind en mijn mannen er niet van houden in hartige gerechten. Het originele recept van Inge vind je hier




Ingrediënten voor vier personen:



100 gram zuurkoolspek in blokjes
2 stengels bleekselderij
2 middelgrote uien
2 wortels
1 teen knoflook, fijngehakt
500 gram in blokjes gesneden runderstoofvlees (ik had een riblap
paar theelepels kruiden zoals gemalen piment, kaneel en kruidnagel
3 dl Oud Bruin bier
1 blik tomatenstukjes van 400 gram
1 eetlepel worcestersaus
3 verse of gedroogde laurierblaadjes
zeezout en zwarte peper uit de molen


Bereidingswijze:

Snijd de uien in halve ringen, de bleekselderij in maantjes van een dikke cm en de wortel in blokjes. Snijd de runderriblap in stukken. Bak de spekblokjes aan in een ruime pan. Voeg vervolgens de ui en de bleekselderij toe en laat deze een paar minuten fruiten. Voeg de wortel en knoflook toe en laat ook deze even mee bakken. Dan kan het vlees bij het groentemengsel. Bak het vlees rondom bruin en blus dit vervolgens af met bier en de tomatenblokjes. In mijn flesje bier zat minder vloeistof dan in het originele recept dus ik heb nog een half blik van de tomatenblokjes met water gevuld en toe gevoegd. Dit bleek voldoende. Voeg de kruiden, het laurierblad en peper en zout toe en laat de stoof vervolgens een paar uur sudderen. 3 uur was bij ons genoeg om er een heerlijk stoofpot je van te maken. Bind de stoof met een schijf peperkoek of, zoals ik gedaan heb met twee theelepels maizena. Had ik toch nog iets niet in huis.



Ik was benieuwd wat de kinderen er van zouden vinden. Ze houden allebei van stoofvlees maar ik maak het eigenlijk nooit met bier of wijn. De grote kleine man heeft een griepje, had het koud en vond alles best. Zolang het maar warm was. Het kleine meisje heeft alles netjes op gegeten en was drukker bezig met het weg schuiven van de witlof ernaast (wat ik er erg goed bij vond passen trouwens). De grote man heeft het pannetje dus leeg gemaakt, ik hoef dan verder niet meer te vertellen dat het bij hem in de smaak viel. Zeker voor herhaling vatbaar dus. Tnx Inge voor dit leuke recept!

Flammkuchen


Mijn grote liefde besloot twee weken geleden solidair met me te zijn en zich ook te begeven in het Weight Watch gebeuren. Hij zag me het afgelopen jaar met succes bijna 25 kilo af vallen en hij kon ook wel een paar kilootjes missen. Aan de slag dus. Ik legde hem uit hoe het een en ander werkt, dat het tellen van punten echt niet zo ingewikkeld was en binnen een dag of drie had hij het ritme redelijk te pakken. Ik zat er ook vrij gauw weer redelijk in en in het weekend lieten we de touwtjes een beetje varen. Afgelopen maandag, twee weken verder meldde ik trots dat ik toch 1.8 kilo kwijt was weer en daar was ik wel heel erg blij mee. Mijn grote liefde, die ik natuurlijk van alles het beste gun, meldde met enige twijfel dat hij zijn streefgewicht al bereikt had, hij was de 8 kilo die hij als doel had gesteld kwijt. Jullie begrijpen natuurlijk wel dat dit pijn doet en dat ik het eigenlijk heel slecht kan hebben dat hij nu tegenover me aan tafel een stuk flammkuchen naar binnen werkt terwijl ik met een kopje thee zonder suiker dit tik. Oké ik heb ook een stukje van de flammkuchen gehad als diner maar veel en veel minder dan hij. Dus stiekem zit ik me af te vragen of ik niet een extra klontje boter in het deeg had kunnen verwerken want ik vond ook een recept met roomboter. Waarom heb ik de creme fraiche light gebruikt terwijl hij dus duidelijk best de volle variant kan hebben. En we zullen het maar niet hebben over dat meer dan volle bord erwtensoep dat hij als begeleiding ernaast heeft staan. Of het feit dat ik wel al ben gaan sporten deze week........

Enfin de flammkuchen dus, die we als frequente Duitsland bezoekers natuurlijk in elke supermarkt naast de pizza tegen komen. Maar nooit gekocht, dat dan weer niet.

Voor 4 personen:

Voor het deeg:
  • 300 gram bloem
  • 180 ml water
  • 2 eetlepels olijfolie
  • zout
Voor het beleg:
  • 200 ml crème fraîche
  • 100 gram magere spekblokjes
  • 2 grote uien
  • 1/2 tl paprikapoeder
  • 1/2 tl thijm
  • Snufje cayennepeper

Kneed de ingredienten voor het deeg goed door elkaar en maak er een soepel niet plakkend deeg van. Ik moest zelf een klein beetje bloem toevoegen om het goed te kunnen kneden. Laat het deeg afgedekt 10 minuten rusten. Er zit geen gist in dus het hoeft niet te rijzen.


Snijd de uien in dunne ringen en hussel er het paprikapoeder, de thijm en de cayennepeper door. Rol het deeg heel dun uit, dunner als een pizza. Het is de bedoeling dat het deeg knapperig bakt. De eerste keer ging dat hier dus duidelijk mis en was het deeg te dik (4-5 mm), het tweede deel deeg ging een stuk beter. Het deeg uit rollen tot maximaal 2 mm en dan royaal besmeren met de crème fraîche en beleggen met de uien. Bak ongeveer 15 minuten in een voorverwarmde oven van 240 graden.


Lekker bij een kopje soep :)

maandag 27 januari 2014

Saté

Saté, en vooral saté met pindasaus, kan eigenlijk niet binnen het Weight Watch dieet. Die pindakaas hakt er zo in dat het eigenlijk niet meer leuk is. Maar goed, af en toe moet dat natuurlijk wel kunnen. Zelf gemaakt natuurlijk want dat blijft het aller lekkerste. Mijn moeder maakte vroeger al de saté op deze manier. Stukjes vlees marineren met een uitje, aanbakken en dan de saus er gewoon overheen. Alles lekker in één pannetje. Alleen bestond de marinade vroeger alleen uit ketjap met hooguit knoflookpoeder. In de jaren ben ik daar wel wat meer qua kruiden aan toe gaan voegen en soms ook weer eraf halen. Zo gebruikte ik een tijd sereh in de pindasaus maar mijn mannen konden daar toch maar niet aan wennen. En pittig, tjah, dat moet iedereen maar voor zichzelf bepalen. Ik vind mezelf best een pittig meisje, ook buiten de pindasaus om trouwens, maar mijn mannen en het kleine meisje houden er niet zo van. Aan tafel gaat er op mijn bordje dus een extra schepje sambal overheen.



Voor de saté voor 4 personen:
  • 400 gram varkenshaas of fricandeau
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 ui
  • 1 eetlepel zonnebloemolie
  • 2 eetlepels ketjap manis
Voor de pindasaus:
  • 300 ml halfvolle melk
  • 2 flinke eetlepels pindakaas
  • stukje gember van ongeveer 2 cm
  • 1 theelepel koriander
  • 2 eetlepels ketjap manis
  • 1/2 Spaanse peper of sambal naar smaak

Snijd het vlees in blokjes van ongeveer 2 cm. Neem gerust kipfilet als je dat wilt, dat doen wij ook regelmatig. Snijd de teentjes knoflook fijn en de ui en kwart ringen. Schep de blokjes vlees om met de ui, de knoflook, de zonnebloemolie en de ketjap en laat dit rustig minimaal een uurtje (of langer als je de tijd hebt) marineren in de koelkast.
Bak het vlees na het marineren rondom bruin en gaar en blus dit vervolgens af met de melk. Zet het vuur zacht en voeg de overige ingredienten toe voor de saus. Laat de saus in dikken tot het de gewenste dikte heeft. Wil je de saus dikker voeg dan nog wat pindakaas toe maar doe dit niet te snel, de pindasaus heeft even tijd nodig om te dikken. Wil je de saus minder dik voeg dan nog een scheutje melk toe.
De kindjes vinden het erg lekker om er nog geroosterde uitjes overheen te strooien maar aangezien die nogal wat WW points bevatten laat ik dit op mijn bordje achterwege.

woensdag 22 januari 2014

Risotto met witflof en rucola

Eigenlijk doe ik niet veel spannende dingen met witlof. Rauw vind ik het niet zo lekker en dus maken we witlof alleen gewokt met spekjes of uit de oven met ham en kaas. Ik had ruim een kilo gekocht en dan wil je ook wel eens wat anders proberen dus ik ging op zoek in het grote Google gebeuren. Ik vond een risotto, heel basic met spekjes en ui en daar bovenop gegrilde witlof. Maar waarom de witlof er niet in?



Je hebt nodig voor 4 personen:
  • 1 ui
  • 100 gram magere spekreepjes
  • 250 gram risottorijst
  • 1 theelepel thijm
  • 1 1/2 bouillonblokjes
  • 1,25 liter water
  • 1 eetlepel pesto
  • 3 flinke witlofstronken (ongeveer 500 gram)
  • 100 gram champignons (optioneel)
  • 75 gram (rucola)
  • Vers gemalen peper
  • 50 gram smeerkaas 20+
Ik begrijp dat er mensen zullen zijn die hun wenkbrauwen fronsen bij het zien van de smeerkaas maar dit is mijn Weight Watch friendly alternatief. We staan even helemaal stil, er gaat geen grammetje vanaf maar dat wil niet zeggen dat ik er niet mee bezig ben. 20+ smeerkaas dus als alternatief voor de roomboter en de Parmezaanse kaas. Ik vind dit perfect werken.

De bouillonhoeveelheid is een indicatie. Bij de rijst die ik gebruik heb ik voldoende aan deze hoeveelheid maar ik zie ook andere verhoudingen staan. Omdat de spekjes natuurlijk ook al vrij zout zijn gebruik ik niet zoveel bouillonblokjes, 2 bleek echt teveel maar proef en zout gerust bij als jij dat nodig vind.

Kook water en los hierin de bouillonblokjes op. Verhit ondertussen een pan met dikke bodem en bak hierin de spekjes op een matig vuur aan. Snipper ondertussen de ui, snijd de champignons in halve plakken en snijd de witlofstronken in grove repen. Voeg, als de spekjes beginnen te kleuren de thijm en de ui toe en laat de ui op een zacht vuurtjes glazig worden. Zet het vuur dan iets hoger en bak de champignons en witlof ongeveer 2 minuten mee. Schep zoveel mogelijk uit de pan en zet dit even in een kom apart. Laat de witlof niet uit lekken, het vocht roer je straks weer door de risotto want hier zitten natuurlijk heel veel smaken in.


Doe als de pan te droog is een scheutje olie in de pan en bak hierin zachtjes de rijst even aan totdat de korrels glazig worden en je witte puntjes in de kern ziet. Dit is het moment om de rijst af te blussen met wijn maar aangezien hier kindjes mee eten blus ik af met een kleine lepel bouillon en roer nog een paar keer goed door. Voeg nu lepel voor lepel de bouillon toe. Blijf ondertussen goed roeren en voeg pas weer de volgende lepel bouillon toe als alle vocht is opgenomen. Doe dit alles op een matig vuurtje, niet te hoog. Na ongeveer 20 minuten zal de rijst bijna gaar zijn, vanaf nu proef je dus. Voeg de eetlepel pesto toe. Als je proeft dat de rijst zo goed als gaar is voeg je de witlof, champignons en spekjes weer toe. Voeg nog een lepel bouillon toe tot de rijst gaar is.



Voeg dan nog een lepel bouillon toe, de risotto moet net iets natter zijn dan je eigenlijk wilt en roer dan de smeerkaas door de risotto. Vuur uit, deksel op de pan en tien minuten laten rusten. Leg de risotto op een plank en haal een aantal keren het mes erdoor, 3 à 4 keer is genoeg. Roer de rucola dan snel door de risotto en dien de risotto op.

De insteek van dit recept was om eens iets anders te doen met witlof, niet om er een budget recept van te maken maar toen ik ging tellen zag ik dat het eigenlijk wel heel erg mee valt. Met alle ingrediënten bij elkaar (de thijm en pesto niet mee geteld, de witlof en champignons waren in de aanbieding) kwam ik uit op een bedrag van: 

€ 2.80

dinsdag 21 januari 2014

Jodenhaas

Ik lag laatst weer eens een herhaling van 24Kitchen te kijken 's nachts. En daar gaf een Engelse slager tekst en uitleg over de mooie stukjes rundvlees die niet standaard in de vitrine bij uw en mijn slager liggen. Stukjes rundvlees als Jodenhaas, longhaas en bavette die volgens de slager zelfs zijn voorkeur hadden boven een "normaal" biefstukje. Dat wekte natuurlijk wel mijn interesse en of het zo moest zijn stond ik een week later bij de horeca groothandel voor een verpakking Jodenhaas. Tjah, dat moest geprobeerd worden.

"Jodenhaas (ook wel schouderhaas of diamanthaas genoemd) is een stukje vlees dat zich bevindt tussen de schouders aan de voorkant van het rund. Orthodoxe Joden mogen vanwege hun spijswetten geen vlees van de achterbout eten maar een stuk biefstuk van de voorvoet is wel toegestaan. Dit verklaart meteen de naam Jodenhaas. Qua vorm lijkt de Jodenhaas op ossehaas maar de stukken wegen slecht 300 tot 400 gram. Het is het meest malse stuk vlees uit de schouder." (bron: www.jodenhaas.nl)


Toen ik het zo op m'n snijbord had liggen wist ik het niet zeker hoor. Het rook prima, voelde ook goed aan en eigenlijk was er niks om me zorgen over te maken. Maar toch. De eerste kilo die ik kocht was bedoeld voor tijdens het gourmetten en ik wilde natuurlijk wel zeker zijn dat het echt mals vlees was. Ik besloot dus een reep van ongeveer 5 cm af te snijden en dit snel rondom aan te bakken. Na een paar minuutjes rusten stonden de kleine man en ik allebei aan het aanrecht en sneed ik het stuk in reepjes. "wauw", hoorde ik alleen maar naast me en hij zei daarmee wat ik voelde en proefde. Dit was absoluut een fantastisch stukje rundvlees, heerlijk mals en zacht en zeer zeker een gourmetavondje waardig en terwijl we de kleine stukjes op peuzelden stuurde ik manlief een whatsappje: "Als je langs de groothandel komt......"

Maar hoe zou het zijn om deze Jodenhaas als geheel te bakken? Nou ik kan jullie inmiddels vertellen dat dit ook zeer zeker de moeite waard is. Bovenstaande foto waren stukjes van iets meer dan 250 gram. Eigenlijk vind ik dat het mooi stukje rundvlees niet meer nodig heeft dan peper en zout. Een scheutje olie en een klontje boter in de pan dus en de stukken Jodenhaas met vers gemalen peper rondom bruin aan braden. Ongeveer 3-4 minuten per kant. Daarna ongeveer tien minuten laten rusten op een afgedekt, voorverwarmd bord. Ondertussen bakte in de champignons in het braadvet van de Jodenhaas. De Jodenhaas zouten en snijden en serveren met de gebakken champignons.



Een fantastisch stukje rundvlees, goedkoper dan een biefstukje. Ik kan het jullie zeer zeker van harte aan raden.

maandag 20 januari 2014

Macaroni met smac

Als kind ging mijn grote liefde bij een klasgenootje spelen en kreeg daar macaroni met smac. Thuis vroeg hij, volgens hem, jaren aan zijn moeder om de macaroni ook een keer op die manier te maken maar zijn moeder gaf daar geen gehoor aan. Het heeft allemaal kennelijk indruk gemaakt want hij heeft het er nu, jaren later, nog steeds over. Tijdens mijn zoektocht naar gezonde, voedzame, echte budgetmaaltijden stond ik opeens met een blikje luncheon meat, of smac zoals iedereen het eigenlijk kent, in mijn handen. Dit keer de Euroshopper variant voor maar € 0.89. Ik weet dat manlief het graag eet op een boterham dus het lag eigenlijk al in m'n mandje toen ik bedacht dat het misschien ook op een andere manier te gebruiken was. Ik kan me van vroeger wel herinneren dat mijn moeder smac of ham uit blik gebruikte in koude macaroni dus misschien was het ook wel te gebruiken in een warme macaroni.



Voor 4 personen:
  • 300 gram pasta (neem minder als dit voor jou teveel is)
  • 2 blikjes tomatenpuree
  • 1 ui
  • 3 teentjes knoflook
  • 1 zak soepgroente (450 gram)
  • 1 blikje luncheon meat
  • 3 eetlepels ketjap manis


Kook de macaroni en spoel deze even vlug af. Snipper ondertussen de ui en fruit deze in een klein scheutje olie. Snijd de knoflook fijn en bak heel even mee met de uit. Voeg de soepgroenten toe en bak ook deze even mee. Voeg de tomatenpuree toe en bak ook de tomatenpuree een minuutje mee. Door de tomatenpuree heel even mee te bakken zorg je dat deze minder zuur wordt. Snijd de luncheon meat in blokjes van ongeveer één cm.



Roer de macaroni, de luncheon meat en ketjap erdoor en laat goed doorwarmen. Strooi er eventueel een beetje paneermeel en geraspte kaas over en laat even gratineren onder de grill. Je krijgt zo een mooi, knapperig kaas laagje. Deze macaronischotel was bijzonder budgetvriendelijk en kostte:

€ 1.93

woensdag 15 januari 2014

Tajine met verschillende groenten en ei

Na de dure feestmaanden zie je overal de budget recepten verschijnen. Niet alleen moet iedereen minder en gezonder gaan eten om de overtollige kilo's kwijt te raken maar de broekriem wordt ook financieel aan getrokken. We hadden al het boek van Jamie Oliver zien langs komen maar ook de maandelijkse tijdschriften van onze supermarkten en diverse foodbloggers richten zich opeens op ons budget.
Nu is het budget voor iedereen natuurlijk anders en als je uit gaat van Jan Modaal dan zullen de meeste recepten daar ook riant in passen. Maar ga je echt verder kijken naar de steeds groter groeiende groep gezinnen in Nederland die echt niet veel te besteden heeft dan merk je dat deze budgetrecepten volledig de plank mis slaan.



Sinds twee weken ben ik betrokken bij de Engele van Zitterd Gelaen en dat heeft me wel even wakker geschud. De groeiende groep mensen die beroep moet doen op een voedselbank moet het vaak doen met tientjes per maand en dichterbij dan ik dacht staat vaker niet dan wel een warme maaltijd met een stukje vlees op tafel. De wachtlijst voor de voedselbanken groeien met de week en in onze stad is de wachtlijst op dit moment minimaal 6 maanden. Tot die tijd zul je moet wachten en hopen op betere tijden want er zijn geen andere voorzieningen. De Engele van Zitterd-Gelaen richten zich op die groep mensen die, in afwachting van de voedselbank niet in staat is te zorgen voor voedsel. Maar er wordt ook geholpen met begeleiding naar de juist instanties, netwerken worden in gang gezet om weer "op de rit" te krijgen.

Ik heb me zelf voor genomen om, buiten het promoten van de Engele van Zitterd-Gelaen en het zoeken naar mensen en bedrijven die willen doneren, te gaan kijken wat ik met beperkte middelen kan doen. Dus niet de bergkast of koelkast open trekken om te kijken wat ik nog allemaal kan toevoegen maar om te proberen binnen een echt budget en beperkte middelen een smaakvolle en gezonde maaltijd op tafel te zetten. Mijn streven is om voor maximaal € 3,50 een maaltijd op tafel te zetten voor vier personen, ik ga uit van een gemiddeld gezin. Alleen bij deze, echt budgetvriendelijke recepten , zal ik ook een prijs per gerecht vermelden (niet per persoon dus).

Meestal vind je dit gerecht in combinatie met gehaktballetjes maar ik wilde een vegetarische en budgetvriendelijke versie maken. Daarnaast vind ik het toevoegen van zowel vlees als eieren in één gerecht ook eigenlijk dubbelop. Het werd dus een tajine met veel verse groenten en eieren.

Je hebt nodig voor vier personen:

  • 2 uien
  • 1 flinke winterwortel
  • 1/2 courgette
  • 100 gram champignons
  • 2 stengels bleekselderij (plus blad als dat eraan zit)
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 blikje tomatenpuree
  • 1 blik tomatenblokjes (of gepelde tomaten)
  • 4 eieren (ik nam 1 ei per persoon)
  • 1 eetlepel ras el hanout
  • 1/3 bosje verse koriander
  • 1/2 bouillonblokje


Snijd de uien in halve ringen, de wortel in blokjes van ongeveer 2 cm, de bleekselderij in reepjes van een cm, de champignons in halve plakjes en de courgette ook in blokjes van ongeveer 2 cm.

Fruit de ui zacht aan in een scheutje olie. Laat ze op een zacht vuurtje glazig bakken en voeg de blokjes wortel en reepjes selderij toe. Snijd het eventuele blad fijn en voeg die ook toe. Laat de wortel ook even goed mee bakken, ongeveer een minuut of vijf. Voeg dan de champignons, de courgette toe en bak weer een paar minuutjes mee. Voeg de ras el hanout toe en laat de specerijen even mee bakken.

Voeg de knoflook en tomatenpuree toe en schep even om. Voeg de tomatenblokjes toe, heb je gepelde tomaten snijd deze dan van tevoren even in stukjes. Doe er nog een half blikje water bij. Snijd de koriander af tot aan het blad. De steeltjes die je nu hebt zitten vol smaak. Snijd ze fijn en voeg toe, samen met het halve bouillonblokje. Roer even goed om en laat alles ongeveer 20 minuten pruttelen met de deksel erop. Roer tussendoor af en toe om en proef of de wortel gaar is.

Neem nu de helft van de koriander die je nog over hebt en snijd deze fijn. Roer door de saus. Maak vier kuiltjes in de saus (dit gaat makkelijker als je het een voor een doet) en giet in ieder kuiltje een ei. Deksel op de pan en laat de eitjes op een zacht vuurtjes in ongeveer tien minuutjes stollen (of iets minder als je liever een zachter gekookt eitje hebt). De koriander die je nog over hebt snijd je ook fijn. Een deel kan eventueel door de couscous of bulgur die je erbij serveert en de rest gebruik je als garnering op de saus met eieren.

Erbij serveerde ik een simpele bulgur. Voor vier personen neem je 225 gram bulgur en 450 gram koken water. Verkruimel het over gebleven 1/2 bouillonblokje in het water en schenk dit over de bulgur. Zet de bulgur vervolgens afgedekt apart. Roer na ongeveer vijf minuten even door en laat nog een keer 5 minuten afgedekt staan. Roer goed los met een vork en schep er de koriander door en eventueel nog wat peterselie fijn gesneden.

De groenten waren allemaal in de aanbieding. De ras el hanout, koriander en bulgur kocht ik bij de Turkse winkel. Dit gehele gerecht kostte, inclusief de bulgur maar exclusief de olie om in te bakken:

€ 2.70

zondag 12 januari 2014

Tête de Veau

In Limburg rommelt het al een paar weken. Af en toe zie je mensen rond lopen in raar gekleurde pakjes en hier en daar hoor je uit verenigingsgebouwen en café's de klanken van trompettisten die hun lippen oefenen en percussionisten die ritmes onder controle proberen te krijgen. Op 11 november hadden we een eerste kleine uitbarsting van het gerommel maar heel Limburg bereidt zich voor op de jaarlijkse grote uitbarsting.

In de aanloop naar de grote uitbarsting, dit jaar begin maart, gebeurd van alles in Limburg. Kostuums worden genaaid of van zolder gehaald, hoedjes versierd, pruiken gekapt. En vanaf begin januari beginnen de zittingen, waar buutreedners de brats aan sjtaeke en bloaskapelle loate zeen wat ze kenne. Dameszittingen waar mannen absoluut verboden zijn en herenzittingen waar over dames alleen gesproken word.

En dan moet er natuurlijk ook goed gegeten worden want vaak wordt er ook goed gedronken. In de jaren heeft men zich er kennelijk zelf van overtuigd dat vet gebak en zware maaltijden de perfecte basis zijn voor een avondje door halen, of een middagje of, zoals bij veel zittingen, gewoon een hele dag. Meer dan zelden wordt zo'n zitting dan ook begonnen met sjpek mit ei, eet men tussendoor un lekker nonnevot en sluit men af met een tuut frit mit zoervleisj of zoer vleis of zoer sajs, afhankelijk van waar in Limburg je je op dat moment bevindt. En als je toch thuis beland en van tevoren je carnaval gepland hebt, dan kan het wel eens zo zijn dat er een keteltje Tête de veau op je staat te wachten. Lekker warm met brood of rijst, afhankelijk wat je dan nog aan kunt om te maken.



Tête de veau, oorspronkelijk uit Maastricht, werd van oudsher gemaakt van de resten van een kalfskop. Omdat dit tegenwoordig niet meer te krijgen is in Nederland wordt het heden ten dagen gemaakt van kalfsvlees maar je komt ook variaties tegen met varkensvlees, kipfilet en zelfs gehakt. Ik haalde het recept uit het boek "Leer Limburgs koken" van Netty & Peetjie Engels. Ik gebruikte varkensfricandeau en paste het recept iets aan omdat mijn mannen het net te weinig smaak vonden hebben.

Voor 4 personen:

  • 400 gram varkenspoulet (of filet of fricandeau, ik had zelf 300 gram en dat ging ook prima)
  • 2 uien
  • 1 laurierblad
  • 200 gram champignons
  • 30 gram boter
  • 30 gram bloem
  • 2 blikjes tomatenpuree
  • ongeveer 350 ml gekookt water
  • Peper en zout, eventueel een scheutje room
Ik voegde extra toe: 3 eetlepels ketjap manis, 1 theelepel sambal en een teentje knoflook

Origineel wordt het vlees gekookt in water en wordt dat water naderhand gebruikt als kookvocht. Dit leek mij echter niet zo heel erg lekker dus ik heb het een en ander iets anders aan gepakt.




Smelt de 25 gram boter in een pan (ik gebruik bijna overal mijn wokpan voor) en fruit daarin 1 uit gesnipperd tot ze licht bruin is. Voeg dan de bloem toe en laat de bloem een minuut of 2 onder voortdurend roeren mee bakken. Verwam ondertussen de 350 ml water (waterkoker). Voeg het warme water beetje bij beetje toe. Blijf goed roeren. Blijf water toe voegen tot je een redelijke sausdikte hebt, je kunt altijd later nog iets meer vocht toe voegen. Voeg de tomatenpuree, het laurierblad en peper en zout toe. Laat dit geheel apart op een pitje pruttelen.

Snijd het vlees in kleine blokjes en snijd de champignons door midden en dan in plakjes. Bak beiden om beurten even in een apart pannetje aan. Het vlees hoeft niet helemaal gaar te zijn, dat komt later goed. Voeg aan de champignons nog eventueel iets peper en zout toe en schep het vlees en de champignons dan bij de saus. Snijd een halve ui in kwart ringen en voeg deze ook nog toe. Laat alles met een deksel op de pan nog een uurtje pruttelen. Roer af en toe door om te voorkomen dat het aan koekt.



Proef de tête de veau nu en voeg eventueel nog peper en zout toe of de room of besluit om de extra ingrediënten toe die ik toe gevoegd heb. Gebruik de halve ui die je over hebt voor je salade.



zondag 5 januari 2014

Spaanse tortilla

Met de feestdagen royaal achter de rug begint morgen het "gewone" leven weer. We gaan even aan de rem trekken weer. Minder en gezonder eten maar ook budgettair trek ik even aan de rem. December was een dure maand en met het verbouwen van ons nieuwe huis staan ons nog veel meer dure maanden te wachten. Even rustig aan dus.

Gisteravond aten we een Spaanse tortilla met een salade. De Spaanse tortilla mag een van de bekendste oorspronkelijke Spaanse gerechten genoemd worden en dat is grotendeels te danken aan z'n eenvoud en mogelijkheden tot variatie. Oorspronkelijk wordt de tortilla gemaakt van aardappelen en ei en gebakken in ruim olijfolie maar er zijn tal van variaties mogelijk. Het toevoegen van knoflook, peterselie, chorizo, champignons, kaas maar ook het weglaten van de aardappel en toevoegen van diverse groenten. Denk aan courgette, aubergine, paprika en tomaten.

Wij maakten een vrij simpele tortilla, Weight Watch proof, met een heerlijke salade er naast. Bij onze oosterburen vond ik al bloedsinaasappelen en ondanks dat er maar weinig "bloed" in de sinaasappels te vinden was waren ze heerlijk fris in de salade.

Ingredienten voor 4 personen:

  • 500 gram aardappelen
  • 1 rode ui
  • 1 bosui
  • 4 eieren
Er zijn verschillende manieren om de tortilla te maken maar ik geef er de voorkeur aan om de aardappelen in hele kleine blokjes te snijden of zelfs te raspen. Meestal worden aardappelschijfjes van tevoren gebakken in ruim olijfolie of zelfs gefrituurd maar door de aardappelen te raspen of in hele kleine blokjes te snijden zijn ze sneller gaar en heb je minder olie nodig.

Rasp de aardappelen in een kom, spoel het zetmeel er niet af, dit is nodig voor de binding van de tortilla. Voeg de eieren toe aan de geraspte aardappelen en roer goed om. Snipper de ui fijn en snijd de bosui in ringetjes. Roer de ui en bosui door het aardappelmengsel.

Verhit een eetlepel olijfolie in een pan en schenk het aardappelmengsel in de pan. Ik gebruik hiervoor mijn kleinste koekenpan van 20 cm. Ik kan dan twee tortilla's maken van het mengsel maar het grootste voordeel vind ik dat de tortilla makkelijker te draaien is. De pan is veel lichter, het bord past er beter op en het draaien gaat daardoor een stuk makkelijker.

Laat het aardappelmengsel met een deksel op de pan mooi stollen en gaar worden. Houd in de gaten dat de tortilla niet te bruin wordt. Als het aardappelmengsel gestold en mooi bruin is kun je de tortilla draaien. Leg een bord omgedraaid op de pan en draai het geheel om. Laat de tortilla weer terug glijden in de pan, eventueel met een extra scheutje olijfolie, en laat de tortilla aan de andere kant mooi bruin worden. Laat de tortilla als deze gaar is op een bord glijden en bak de volgende tortilla.

Je kunt de tortilla natuurlijk warm eten maar koud is de tortilla ook heerlijk. In  puntjes of blokjes gesneden als tapas, als voorgerecht, bij een salade maar het is ook heerlijk in plakjes op een stokbroodje, besmeerd met een beetje mayonaise of aioli.



Per persoon is deze Spaanse Tortilla 5 ProPoints

donderdag 2 januari 2014

Aceite de Ajo y Perejil - Olie met knoflook en peterselie

Deze geurige olie met knoflook en peterselie vind ik zo'n leuk voorbeeld van hoe je met een paar ingrediënten heel veel gerechten kunt beïnvloeden. Ik koop bijna wekelijks een grote bos platte peterselie in de Turkse winkel en als daar veel van over blijft maak ik deze aceite de ajo perejil die we hier lekker kort perejil noemen. Het is de ultieme manier om de smaak van verse peterselie langer te bewaren. Gebruik de bos peterselie met steel en al want ook in de steeltjes zit heel veel smaak.



Je hebt nodig:

  • Platte peterselie, ik had nog een halve bos staan
  • 2 à 3 teentjes knoflook
  • 200 ml olijfolie
  • 1 tl zout
  • peper
Doe alle ingredienten en de helft van de olie in een blender of foodprocessor (ik gebruik de beker bij de staafmixer). Roer de rest van de olie erdoor en schenk de olie over in schoon potje. Schenk er voorzichtig nog een beetje olijfolie op zodat de kruidenolie langer houdbaar blijft in de keuken. Zorg dat het potje en je lepel goed schoon zijn, dan is de olie zeker een maand houdbaar in de koelkast.

Gebruik de olie bij je salades en marinades van vlees en vis met wat citroensap. Je maakt heerlijke tapas spiesjes door gamba's met een paar lepels van deze olie te marineren. Gebruik de olie als basis voor je sofrito maar ook als basis in de risotto of door een eenvoudige pasta. Maar ook als smaakmaker door de bulgur en als dipsaus bij tapas is de olie, wederom met wat citroensap erdoor, heerlijk. Simpel, budgetvriendelijk en je maakt meteen restjes peterselie en knoflook op.

dinsdag 31 december 2013

Pinchos Morunos

Ik koop eigenlijk nog zelden boeken, dus ook geen kookboeken. Toen ik op mezelf ging wonen begon ik aan een verzameling van allerlei soorten kookboeken maar met de komst van internet werd dat steeds minder. Als ik iets zoek qua recepten dan vind ik dat meestal gewoon op internet. Maar soms vind ik het toch nog wel fijn om  in een hoekje van de bank te zitten met een boek. De bibliotheek is dan een uitkomst. Zo neem ik regelmatig een riedel boeken mee om me ergens in te verdiepen. Dat kan de Marokkaanse keuken zijn, de Indonesische keuken maar zeker ook de Spaanse keuken. Een van mijn favoriete kookboeken over de Spaanse keuken zijn de boeken van Sam en Samantha Clark. Hun verhalen over hun tocht door Spanje en Arabische landen en de passie waarmee ze het maken van hun eigen brood en Labne omschreven maakten dat dit de eerste kookboeken waren die ik bladzijde voor bladzijde uit las.



Een van de gerechten die ik uit hun boek maakte waren de Pinchos Morunos. Ik had ze al een keer in Spanje gegeten en in een Spaanse supermarkt hadden we potjes met kruiden gekocht. Vanaf dat moment kreeg iedereen die op vakantie naar Spanje ging de opdracht om kruiden mee te nemen. Totdat ik dus dit recept ontdekte. Ik heb het originele recept iets aangepast qua kruiden en als ik geen varkenshaas in huis heb gebruik ik met alle liefde kipfilet of kalkoenfilet. En toen er tijdens een bbq feestje per ongeluk een gamba in de Pinchos marinade terecht was gekomen bleek dat ook errug lekker te zijn. 

  • 500 gram varkenshaas
  • 1 theelepel komijnzaad of poeder
  • 1/2 theelepel venkelzaad
  • 1/2 theelepel korianderzaad
  • 2 theelepels gerookt paprikapoeder
  • 2 theelepels oregano
  • 2 teentjes knoflook
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 1 eetlepel citroensap
  • een plukje saffraan (optioneel)

Wel de pluk saffraan in twee eetlepels heet water. Snijd het vlees in blokjes. Plet de zaden in een vijzel of koffiemolen en voeg ze samen met de andere ingrediënten bij het vlees. Laat het vlees minimaal een uur marineren maar het vlees een nachtje in de koelkast laten staan komt de smaak zeker ten goede. Dit doe ik overigens niet bij kip, kalkoen of garnalen, dan is een uurtje voldoende.

Rijg het vlees aan spiezen. Als je houten spiesjes gebruikt denk er dan aan dat je ze even in het water legt om verbranden te voorkomen. Grill de spiezen rondom bruin. Heerlijk op de bbq maar ook zeker bij een tapas buffet. Maak er dan kleinere spiesjes van met 1 of 2 blokjes vlees of kip.

Wij sluiten het jaar af met een klein tapas buffetje met onder andere deze Pinchos. Het was een fijn jaar, we hebben niks te klagen gehad en we hopen dat 2014 nog meer fijne dingen voor ons in petto heeft. Wij wensen iedereen heel veel gezondheid en liefde.

zaterdag 28 december 2013

Waffele van de mam



Er zijn van die recepten die je gewoon mee krijgt van huis en waar je niks meer aan verandert. Hoe oud je ook word en hoe vaak je het ook gemaakt hebt. De waffele van mam zijn daar een voorbeeld van. Het recept komt van oma die in de bijkeuken wafels bakte tussen kerst en nieuwjaar. Heel veel wafels voor iedereen in de familie. Het recept was altijd hetzelfde, de enige variatie waren de rozijnen. Er waren wafels met rozijnen en wafels zonder rozijnen. Het klinkt net iets te simpel en dat is het gewoon ook. Lekker simpel en gewoon simpel lekker.

Maar goed, gaandeweg in het leven kom je mensen tegen die soms ook bakken dus ik heb in de loop van de jaren een aantal wafel recepten verzameld die we allemaal erg waarderen. En toch, als de kerstdagen er langzaam aan komen en ik het wafelijzer af stof grijp ik als eerste terug naar het recept van de waffele van mam.....

Voor 20 tot 25 wafels:

  • 250 gram margarine
  • 250 gram witte basterdsuiker
  • 10 zakjes vanillesuiker
  • 500 gram zelfrijzend bakmeel
  • 4 eieren
  • snufje zout
  • scheutje melk (2 à 3 eetlepels)

Laat de boter goed zacht worden en mix deze luchtig met de basterdsuiker en de vanillesuiker. Voeg vervolgend een voor een de eieren toe. Voeg pas het volgende ei toe als het eerste volledig op genomen is. Zeef dan beetje bij beetje het zelfrijzend bakmeel door het beslag. Mix op een lage stand. Voeg op het laatst een scheutje melk toe (een half kopje is meer dan voldoende) en een snuf zout.



Bak de wafels tot ze goudbruin zijn. De wafels zijn vers iets knapperig maar worden in een afgesloten trommel lekker zacht.




    donderdag 26 december 2013

    Foodblogswap december 2013; Hartige tomaten-mozzarella muffins.


    Ik hoop dat iedereen heerlijke kerstdagen gehad heeft. Met vrienden en familie. Met heerlijk eten en gezellige momenten. Wij hebben het vooral rustig aan gedaan. Waar we vorig jaar de gehele familie aan onze tafel hadden zitten hebben we deze kerst twee keer elders aan tafel gezeten. En daardoor had ik vandaag tijd om op m'n gemak de hartige muffins te maken die ik voor de foodswap had staan. Voor de Foodswap van de maand december mag ik een recept uit kiezen bij Ona Pona's keukenavonturen. Er staan heerlijke recepten op deze Belgische Foodblog waar ik me als Limburgse in thuis voel. We vertoeven vaak in het Belgische, om uit te gaan eten, om te winkelen en met regelmaat vieren we er onze vakantie. En op deze Foodblog was ik op zoek naar iets dat ik kon serveren op de verjaardag van manlief aankomende zaterdag.

    Ik vond deze hartige tomaten-mozzarella muffins en besloot ze te maken in een mini muffin blik. Je krijgt dan one bite (alla, misschien two) hartige muffin hapjes. Ik had alleen geen emmentaler in huis dus in plaats daarvan gebruikte ik geraspte extra belegen kaas. En omdat ik net niet genoeg gedroogde tomaatjes meer had heb ik dat aantal grammen aangevuld met zwarte olijven in schijfjes. Maar ik kon me ook zomaar voorstellen dat blokjes feta, gerookte paprika, courgette of champignons ook zomaar heel erg lekker zouden zijn in deze muffins. De mannen moesten even wennen aan het volkorenmeel in de hartige muffins maar vonden ze heerlijk. De rest heb ik in de diepvries gedaan voor het feest zaterdag. Ik ga ze serveren met Tzatziki en Tomaten-Olijventapenade.


    Ingrediënten voor 12 gewone muffins of 6 jumbomuffins:
    100 gr gedroogde tomaten
    1 ui
    1 klein chilipepertje
    3 teentjes knoflook
    verse of gedroogde basilicum
    peper
    1 bolletje mozzarella (125 gr)
    250 gr volkorenbloem
    2 theelepels bakpoeder
    1/2 theelepel natriumbicarbonaat
    2 eieren
    5 eetlepels olijfolie (ik gebruikte de olie van de gedroogde tomaten)
    250 ml karnemelk (of gewone melk)
    50 gr extra belegen kaas geraspt



    Bereidingswijze:
    De oven voorverwarmen op 180°C (boven/benedenwarmte). De muffinvorm invetten of papieren vormpjes gebruiken.
    Tomaten, ui, knoflook en het chilipepertje (verwijder de zaadjes voor minder pit) in kleine stukjes hakken. De mozzarella ook in blokjes snijden. Basilicum fijnhakken.
    Meng de bloem met het bakpoeder, het natriumbicarbonaat en de peper door mekaar.
    Voeg er de eieren, de (karne)melk en de olijfolie aan toe en roer tot je een glad deeg bekomt. Voeg nadien de fijngehakte groenten, kruiden en mozzarella er aan toe en meng tot een geheel.
    Verdeel de deeg over de muffinvormpjes. Bestrooi met de gemalen kaas en zet 25 minuten in de oven.





    woensdag 25 december 2013

    Pulled Pork

    Er zijn inmiddels meer dan genoeg Nederlandse foodblogs die aandacht besteedden aan Pulled Pork. Het stond op To Do lijstjes en daagde menige BBQ fan uit tot een nachtje door halen met een vuurtje. Pulled Pork stond niet op mijn To Do lijstje. Ik bedoel ik hou van draadjesvlees maar 6 uur wachten op een stukje vlees?

    Als je zo'n foodblog begint en nog niet zo heel veel lezers hebt zul je vaak dichtbij huis om feedback vragen. En als ik 's avonds bezig ben is manlief toch de meest dichtbij zijnde feedback. Meestal zit hij namelijk aan het andere eind van de hoekband op zijn laptop te knoeien. Wat is dan makkelijker om even aan de overkant te vragen wat hij van die layout vind, de foto die je gemaakt hebt of het verhaal dat je geschreven hebt. Zo kwam het ook dat ik hem vertelde dat ik heel veel vegetarische en, nog erger, veganistische foodblogs tegen kwam. En dat ik het an sich niet verkeerd vond om een keer met minder of, nog erger, zonder vlees te doen. Manlief zag dat helemaal niet zitten maar onderging m'n uitstapjes naar de vegetarische wereld. Ondertussen bleef hij gezellig mee lezen en zal hij daardoor vast eens bij iemand anders op een foodblog geklikt hebben. En toen was daar de opmerking "nou dat ziet er toch uit als een gezellig stuk vlees of niet?". Ik reageerde kennelijk niet snel genoeg want in een ooghhoek zag ik het beeldscherm van zijn laptop naar me toe draaien, het teken dat er voor mij daar iets te zien was. Hij liet me een groot stuk bijna geblakerd stuk vlees zien. Een stuk vlees dat er, naar mijn mening, allerminst appetijtelijk uit zag. Daarna liet hij ;me een foto zien van een broodje met een soort van draadjesvlees van Procureur. Ik was nog steeds niet echt geïnteresseerd tot ik vorige week bij de slager een groot stuk Procureur van 1,8 kilo zag liggen. Het was in de aanbieding en ik nam het mee.

    Maar jah, dan ga je je verdiepen in de Pulled Pork en dan raak je toch geintrigreerd door alle verhalen, alle verschillende recepten, alle verschillende meningen. Wel marineren, niet marineren, droge rub of natte marinade. Afdekken in de oven of niet maar kan zo'n Pulled Pork uberhaubt wel in de oven? En op welke temperatuur dan en hoe lang? Ik heb ze allemaal gelezen, de meningen, de ervaringen, de soorten rubs en marinades en ik besloot m'n eigen pad en common sence te volgen, voor zover ik dat heb.

    Ik begon dus bij het idee dat de marinade iets zoets moest bevatten, iets pittigs, een rooksmaak en iets van een kruid. Er was niet meer zoveel gerookt paprikapoeder in huis maar ik had wel een fles ketchup staan uit Duitsland met een rooksmaak dus ik besloot deze te gebruiken.



    Maak een marinade van:
    • 1 eetlepel gerookt paprikapoeder
    • 3 eetlepels ketchup met rooksmaak (Duitse Lidl)
    • 2 eetlepels donkere basterdsuiker
    • 1/2 theelepel cayennepeper
    • 1/2 theelepel chiliflakes
    • 2 teentjes knoflook, geperst
    • 2 theelepels thijm
    • 2 theelepels zout


    Ik ga er even vanuit dat je niet de beschikking hebt over dezelfde ketchup. Je zou dan zelf een mengsel kunnen gebruiken 3 eetlepels gerookt paprikapoeder en 3 eetlepels ketchup. Masseer de marinade goed in het vlees. Bekleed een braadslede met aluminiumfolie en leg het vlees erin. Zet de braadslede in een oven van 110 graden (boven/onderwarmte). Laat het vlees daar achter voor gedurende zeker 8 uur maar in ieder geval tot dat de kerntemperatuur 88 graden aan geeft. In ons geval was dat zelfs iets langer.



    Haal de braadslede uit de oven en laat de procureur, afgedekt met aluminiumfolie, zeker een half uur rusten. Haal vervolgens het vlees uit de braadslede en laat het vet uit de braadslede lopen. Haal de aluminiumfolie uit de braadslede en leg het vlees er terug in. Trek met twee vorken het vlees nu uit elkaar.



    Het vlees was heerlijk maar ik vond het niet droog genoeg. Ik besloot dus het vlees in de braadslede onder de grill te leggen en om de vijf minuten alles even om te scheppen. Ook heb ik er nog een flinke eetlepel paprikapoeder en zeker een theelepel chiliflakes doorheen geroerd.


    De mannen vonden de Pulled Pork fantastisch en dat had ik ook wel verwacht. Het meisje is een beetje ziekjes en wilde niet proeven. Ik vond het zelf heerlijk maar nog steeds erg veel oven uren voor een stuk vlees. Hier en daar heb ik al gelezen dat ik beter / makkelijker / sneller moet kunnen dus er zal vast nog een stukje procureur langs gaan komen. Volgende keer in ieder geval het vlees op een rooster leggen zodat het vlees niet in zijn eigen sappen en vetten gaart en we gaan experimenteren met een andere marinade. Maar voor voorlopig ligt er nog een hele portie van vandaag in de diepvries voor de volgende maaltijd.

    woensdag 18 december 2013

    Ingelegde citroenen

    Het stond al een hele tijd op m'n To Do lijstje. Ingelegde citroenen zelf maken. Omdat ik van zuur en zout hou en dit me een fantastische combinatie leek. Gewoon in m'n hoofd zeg maar want ik moet meteen bekennen dat ik ze nog nooit zelf geproefd heb. Inmaken triggert me, zeker met het zicht op ons nieuwe huis met giga tuin en fruitbomen. Zo heb ik ook al drie keer mango's gekocht om chutney te maken maar het komt er gewoon niet van. Omdat ik het ideale recept niet kan vinden, omdat ik er de tijd niet voor vind. Omdat ik opeens thuis kom en de kids een mango in schijfjes op hun yoghurt gedresseerd hebben.

    Maar jah, zo'n pot ingelegde citroenen kopen vind ik dan weer zoiets en als je dan leest dat het ook heel makkelijk zelf kan. En toevallig had ik net een hele grote weckpot gekocht. Te groot bleek achteraf maar dat mag de pret niet drukken. De recepten variëren hier en daar heb ik gemerkt. Vrijwel iedereen schept zout in de citroenen maar het vullen van de pot zelf wil hier en daar nog wel eens anders zijn. Zo vult de een de pot helemaal af met zout, de ander vult de pot aan met citroensap en weer een ander gebruikt kokend water. Ik besloot voor een mengeling van deze mogelijkheden te gaan. Omdat ik graag een beetje van alle goeds heb. Denk ik. Of omdat ik zo besluiteloos ben. Kies jij maar ;)

    Voor een pot van 3 liter (ja echt) had ik nodig:

    • 24 kleine citroenen (bij de Turkse winkel hadden ze hele fijne kleine citroenen, 12 voor een euro)
    • Grof zee zout (flink wat)
    • Water
    Ik had al besloten om geen andere kruiden toe te voegen. Omdat ik de pure gezouten citroenen wil proeven, daarna kan ik altijd nog iets toe voegen of op nieuw maken. Al hoewel, met zo'n pot citroenen ben je natuurlijk wel voor een tijdje klaar. Dat krijg je als je een veel te grote pot koopt natuurlijk.

    Kook allereerst je weckpot goed uit. Leg 6 citroenen apart. Strooi een eetlepel zout onder in de pot. Snijd de overige 18 citroenen verticaal in vieren maar zorg dat de vier delen aan elkaar vast blijven zitten. Schep een volle eetlepel zout in de citroen en leg om de beurt in je weckpot. Na iedere laag citroenen strooi je nog een eetlepel zout in de pot. Druk de citroenen stevig aan, ze moeten strak in de pot zitten. Strooi na de laatste citroen nog twee eetlepels zout in de pot.

    En toen wilde ik de 6 apart gehouden citroenen uit persen. Maar dat vond ik dan toch weer jammer van de schil. Met een scheve blik keek ik in ons drankkastje (ja, wij hebben een drankkastje) en ja hoor. Een fles Wodka :) Dus ik schilde de citroenen eerst heel dun en maakte daar Limoncello van. Heerlijk, die geur alleen al door de keuken van citroenschillen. Ik krijg spontaan zin in de zomer. 's Avonds een fris wit wijntje met een scheutje Limoncello. Een Prosecco met een schuitje Limoncello, Sangria met een scheutje LimoncelloLimoncello granita, Limoncello over het ijs, Limoncello....... dwaal ik af? Is het al zomer? Zitten we buiten? Zucht.....

    Pers de geschilde (!) citroenen uit en giet het sap, zonder pitten, over je ingelegde citroenen. Kook water en laat het gekookte water iets afkoelen. Giet het vervolgens over de ingelegde citroenen tot alle citroenen onder water staan. Sluit de pot.

    Volgens de meeste recepten moeten deze citroenen 6 weken staan. Je kunt controleren of ze goed zijn door een citroen door te snijden, het witte deel van de schil hoort nu geel te zijn. Het vruchtvlees van de ingelegde citroenen verwijder je. Je gebruikt bij gerechten alleen de schil.

    Het resultaat laat ik, hopelijk, over 6 weken zien.

    donderdag 26 september 2013

    Guacamole & Salsa

    Bij een echte Mexicaanse maaltijd hoort natuurlijk guacamole en een salsa. De avocado was hier echter niet zo geliefd in huize Neptunes Kitchen. Totdat ik een recept kreeg van een vriendinnetje. En zelfs als ik er voorzichtig een beetje verse koriander in verwerk zijn ze nog steeds enthousiast.

    Voor de guacamole heb je nodig:
    - avocado
    - het sap van 1 limoen
    - 1 kleine tomaat
    - 1 klein rood uitje
    - 1 handje vol bladpeterselie of koriander (of van ieder de helft)
    - 1 bekertje zure room
    - peper en zout

    Optioneel: een half rood pepertje of een paar schijfjes jalapenos.

    Snij de avocado in kleine blokjes, de tomaat zonder de pitjes in kleine blokjes en het uitje heel fijn. Snijd de peterselie en/of koriander fijn en meng alles door elkaar met het sap van de limoen en het bekertje zure room. Maak op smaak met peper en zout en eventueel het pepertje of jalapenos.

    Voor de salsa heb je nodig:
    - 2 mooie rijpe tomaten
    - 1 klein rood uitje
    - 1/4 rode paprika
    - 1/4 groene, gele of oranje paprika (het gaat meer om de kleur dan om de smaak)
    - 1 handje vol bladpeterselie
    - sap van 1 limoen
    - 1 teentje knoflook geperst
    - 1/2 rood pepertje (of wederom een paar schijfjes jalapenos)
    - 1 flinke eetlepel biber salcasi (milde paprika pasta, verkrijgbaar bij de Turkse of Marokkaanse winkel)

    Meng alles door elkaar en breng op smaak met zout en peper. Laat de smaken een paar uur in trekken voor je hem serveert.

    Spaghetti Carbonara

    Vorige week zat ik met 1 oog te volgen (het ander oog hield onze peuter in de gaten) hoe er een discussie gaande was over Spaghetti Carbonara tijdens een aflevering van MasterChef Australia. Wel room, geen room, meer toevoegingen of het originele recept. Ik ben er wel voor om te beginnen bij de basis, een zo origineel mogelijk recept vinden en dat onder de knie krijgen om het vervolgens aan te passen aan de wensen van mezelf en mijn gezin. Goed, slank zal dit gerecht niet echt gaan worden, laat de spek en de eieren weg er rest nog gewoon spaghetti. Maar het leek me heel goed mogelijk om er meer groente in te verstoppen, even beetgaar gekookt en op het laatste moment er met de eieren warm door scheppen.

    Maar allereerst ging ik op zoek naar de "originele" en kwam er achter dat hierover, zoals bij zoveel gerechten, ook niet echt eenduidigheid is. Alweer kwam ik terecht bij een recept van Coquinaria maar toch heb ik ervoor gekozen om het recept iets aan te passen. Dat deden de Italianen destijds kennelijk ook al dus waarom zou deze mamma dat niet mogen ;)


    Voor 4 fijne bordjes pasta heb je nodig:
    - 250 gram pasta
    - 150 gram magere spekreepjes
    - 1 flinke teen knoflook
    - 1 eetlepel olijfolie (truffelolie heb ik gebruikt en dat was heerlijk)
    - 3 eieren en 1 eidooier
    - 75 gram versgeraspte kaas (ik had geen Parmezaanse kaas in huis en heb oude kaas gebruikt)

    Extra toegevoegd: een kwart rode paprika in kleine blokjes, een stukje courgette in blokjes, een paar kastanjechampignons in kwarten en een paar zwarte olijven in schijfjes gesneden.

    Belangrijk is vooral dat alles goed op temperatuur is. Goed roeren en de pasta meteen serveren om te voorkomen dat je pasta met roerei krijgt. Wellicht ook lekker maar in deze niet de bedoeling.

    Kook de pasta zoals je gewend bent en bak ondertussen de spekjes krokant. Bak als de spek krokant is even de knoflook, de courgette, champignons en paprika mee. Giet de pasta af en voeg deze met de lepel olijfolie bij de spekjes en groenten. Roer ondertussen de kaas door de eieren. Schenk de eieren bij de pasta en roer de eieren nu snel zodat ze niet stollen maar binden als een glanzende saus rond de pasta. Voeg op het laatst de schijfjes olijf toe, maak op smaak met wat vers gemalen peper en serveer meteen op voorverwarmde borden. Heerlijk met een beetje extra geraspte kaas erover.

    De kinderen houden normaal alleen van "rode pasta" zoals ze de spaghetti Bolognese noemen maar dit vonden ze erg lekker. Heeeeeeeelijk wist de kleine minimuis van 2 me te vertellen. Een blijvertje dus.