zondag 2 februari 2014

Bulgur Pilavi

Toch zijn er nog veel mensen die het vreemd vinden dat hier wekelijks bulgur op tafel staat. Op de een of andere manier is de Turkse en Arabische keuken nog lang niet ingeburgerd in ons land, ondanks de vele immigranten. Veel Nederlanders hebben inmiddels de weg gevonden naar de Turkse en Marokkaanse winkeltjes maar vaak wordt daar dan toch weer gekozen voor bekende producten. Enerzijds is de taalbarrière natuurlijk vaak een probleem, anderzijds heb ik ook wel eens het gevoel dat men toch een eigen samenleving binnen Nederland wil blijven. Heel erg jammer want ik denk dat we beiden veel van elkaar kunnen leren en er bestaat denk ik geen mooiere manier dan te beginnen met het delen van elkaars voedsel.


Zelf kom ik tegenwoordig wekelijks in het Marokkaanse winkeltje een stad verder. Ik koop er groenten, fruit, rijst, droge en verse kruiden, kaas, brood en natuurlijk bulgur. Bulgur is ons huis veranderd van een rijst-achtig hoopje naast vlees en salade tot inmiddels geurige schalen met bulgur, verse kruiden en gegrilde groenten. Een beetje interesse in een andere cultuur kan je zoveel opleveren en ik leer iedere keer bij. Meestal serveer ik de groenten en het vlees apart op de schaal maar vandaar had ik niet zo veel zin in veel servies en aparte pannen. Liefst alles in een pan dus en zo snel en makkelijk mogelijk.


Ingrediënten voor 4 personen:

  • 1 ui
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 kleine aubergine
  • 1 kleine courgette
  • 1 rode paprika
  • 2 kipfilets (ongeveer 400 gram)
  • 1/2 eetlepel ras el hanout
  • 1 eetlepel paprikapoeder
  • 2 eetlepels biber salçası tatli (de milde variant)
  • 3 à 4 eetlepels platte peterselie
  • 1/2 blik kikkererwten
  • 200 gram medium bulgur
  • 280 ml gekookt water
  • zout naar smaak
  • neutrale olie
Bereidingswijze:

Snijd de kipfilet in kleine blokjes en bak deze rondom bruin in ongeveer een eetlepel olie. Voeg de ras el hanout en het paprikapoeder toe en laat de kruiden nog even mee bakken.


Snipper ondertussen de ui en de knoflook fijn. Snijd de courgette, aubergine en paprika in blokjes van 1 tot 2 cm. Giet de kikkererwten af en spoel ze even goed af onder stromend water. Laat ze in een zeef uit lekken. Laat het water al aan de kook komen.

Voeg de ui en de knoflook aan de kipfilet toe en laat deze even mee fruiten. Voeg de biber salçası toe en vervolgens de blokjes courgette, aubergine en paprika. Laat alles even op hoog vuur goed bakken. Houd de groenten goed in beweging om te voorkomen dat de knoflook of biber salçası aan brand. Doet dit ongeveer 3 minuten om zeker te zijn dat de aubergine gaar is. Voeg dan de bulgur toe, roer goed door en schenk het water, erover. Vuur hoog en een minuut goed door roeren. Vervolgens het vuur uit, kikkererwten in de pan en het deksel erop. Laat de bulgur Pilavi ongeveer 10 minuten afgedekt staan. 

Ondertussen maakte wij van het halve blik kikkererwten dat we over hadden nog snel een heerlijke hoummous, van een restje Turkse yoghurt nog een beetje cacik door er een teentje knoflook en wat zout en peper door heen te roeren. Het brood op de foto waren piadina's maar dan extra dun uitgerold, gebruikt als een soort van flatbread. Een aanrader.

vrijdag 31 januari 2014

Foodblogswap Januari 2014; Stoofvlees met bier

De Foodblogswap vind ik toch wel een van die leuke bijkomstigheden van het hebben van een Foodblog. Niet alleen ben je bezig met het ontwikkelen van je eigen Foodblog maar je kijkt ook iedere maand even buiten je eigen keuken. Hoe pakt die ander de dingen aan en vooral natuurlijk; wat kook hij of zij. Inmiddels mag ik deze maand voor de vierde keer mee doen. Via Facebook wordt een verdeling gemaakt onder de op gegeven Foodbloggers en dan kun je aan de slag. In deze eerste maand van het nieuwe jaar mocht ik koken van de blog I like ur food, de foodblogger met dubbele tong zoals ze zichzelf onder andere omschrijft op Twitter. Ze laat zich inspireren in vernieuwde gerechten met een tic. En laat ik nu af en toe best van een tic houden. Meestal "on the side" in een glas maar waarom ook niet gewoon verwerkt in je gerecht. 

Het was een beetje moeilijk uit zoeken dit keer. Ik probeer er toch altijd vanuit te gaan dat het niet de bedoeling is dat ik tig nieuwe ingrediënten moet kopen maar de meeste likeurtjes en biertjes had ik toch niet in huis. Dus ik besloot een stoofgerecht te nemen waarvoor ik bijna alles in huis had en het biertje aan te passen met een meer verkrijgbare variant. Alles klaar liggen en aan de gang dus. Het originele recept ietsje aangepast, door het uitbakken van de spekjes vond ik extra olijfolie namelijk niet meer nodig en aangezien ik geen peperkoek had en maizena ging gebruiken heb ik de bloem ook weg gelaten. Ook heb ik geen kaneel gebruikt omdat ik dat persoonlijk al gauw te overheersend vind en mijn mannen er niet van houden in hartige gerechten. Het originele recept van Inge vind je hier




Ingrediënten voor vier personen:



100 gram zuurkoolspek in blokjes
2 stengels bleekselderij
2 middelgrote uien
2 wortels
1 teen knoflook, fijngehakt
500 gram in blokjes gesneden runderstoofvlees (ik had een riblap
paar theelepels kruiden zoals gemalen piment, kaneel en kruidnagel
3 dl Oud Bruin bier
1 blik tomatenstukjes van 400 gram
1 eetlepel worcestersaus
3 verse of gedroogde laurierblaadjes
zeezout en zwarte peper uit de molen


Bereidingswijze:

Snijd de uien in halve ringen, de bleekselderij in maantjes van een dikke cm en de wortel in blokjes. Snijd de runderriblap in stukken. Bak de spekblokjes aan in een ruime pan. Voeg vervolgens de ui en de bleekselderij toe en laat deze een paar minuten fruiten. Voeg de wortel en knoflook toe en laat ook deze even mee bakken. Dan kan het vlees bij het groentemengsel. Bak het vlees rondom bruin en blus dit vervolgens af met bier en de tomatenblokjes. In mijn flesje bier zat minder vloeistof dan in het originele recept dus ik heb nog een half blik van de tomatenblokjes met water gevuld en toe gevoegd. Dit bleek voldoende. Voeg de kruiden, het laurierblad en peper en zout toe en laat de stoof vervolgens een paar uur sudderen. 3 uur was bij ons genoeg om er een heerlijk stoofpot je van te maken. Bind de stoof met een schijf peperkoek of, zoals ik gedaan heb met twee theelepels maizena. Had ik toch nog iets niet in huis.



Ik was benieuwd wat de kinderen er van zouden vinden. Ze houden allebei van stoofvlees maar ik maak het eigenlijk nooit met bier of wijn. De grote kleine man heeft een griepje, had het koud en vond alles best. Zolang het maar warm was. Het kleine meisje heeft alles netjes op gegeten en was drukker bezig met het weg schuiven van de witlof ernaast (wat ik er erg goed bij vond passen trouwens). De grote man heeft het pannetje dus leeg gemaakt, ik hoef dan verder niet meer te vertellen dat het bij hem in de smaak viel. Zeker voor herhaling vatbaar dus. Tnx Inge voor dit leuke recept!

Flammkuchen


Mijn grote liefde besloot twee weken geleden solidair met me te zijn en zich ook te begeven in het Weight Watch gebeuren. Hij zag me het afgelopen jaar met succes bijna 25 kilo af vallen en hij kon ook wel een paar kilootjes missen. Aan de slag dus. Ik legde hem uit hoe het een en ander werkt, dat het tellen van punten echt niet zo ingewikkeld was en binnen een dag of drie had hij het ritme redelijk te pakken. Ik zat er ook vrij gauw weer redelijk in en in het weekend lieten we de touwtjes een beetje varen. Afgelopen maandag, twee weken verder meldde ik trots dat ik toch 1.8 kilo kwijt was weer en daar was ik wel heel erg blij mee. Mijn grote liefde, die ik natuurlijk van alles het beste gun, meldde met enige twijfel dat hij zijn streefgewicht al bereikt had, hij was de 8 kilo die hij als doel had gesteld kwijt. Jullie begrijpen natuurlijk wel dat dit pijn doet en dat ik het eigenlijk heel slecht kan hebben dat hij nu tegenover me aan tafel een stuk flammkuchen naar binnen werkt terwijl ik met een kopje thee zonder suiker dit tik. Oké ik heb ook een stukje van de flammkuchen gehad als diner maar veel en veel minder dan hij. Dus stiekem zit ik me af te vragen of ik niet een extra klontje boter in het deeg had kunnen verwerken want ik vond ook een recept met roomboter. Waarom heb ik de creme fraiche light gebruikt terwijl hij dus duidelijk best de volle variant kan hebben. En we zullen het maar niet hebben over dat meer dan volle bord erwtensoep dat hij als begeleiding ernaast heeft staan. Of het feit dat ik wel al ben gaan sporten deze week........

Enfin de flammkuchen dus, die we als frequente Duitsland bezoekers natuurlijk in elke supermarkt naast de pizza tegen komen. Maar nooit gekocht, dat dan weer niet.

Voor 4 personen:

Voor het deeg:
  • 300 gram bloem
  • 180 ml water
  • 2 eetlepels olijfolie
  • zout
Voor het beleg:
  • 200 ml crème fraîche
  • 100 gram magere spekblokjes
  • 2 grote uien
  • 1/2 tl paprikapoeder
  • 1/2 tl thijm
  • Snufje cayennepeper

Kneed de ingredienten voor het deeg goed door elkaar en maak er een soepel niet plakkend deeg van. Ik moest zelf een klein beetje bloem toevoegen om het goed te kunnen kneden. Laat het deeg afgedekt 10 minuten rusten. Er zit geen gist in dus het hoeft niet te rijzen.


Snijd de uien in dunne ringen en hussel er het paprikapoeder, de thijm en de cayennepeper door. Rol het deeg heel dun uit, dunner als een pizza. Het is de bedoeling dat het deeg knapperig bakt. De eerste keer ging dat hier dus duidelijk mis en was het deeg te dik (4-5 mm), het tweede deel deeg ging een stuk beter. Het deeg uit rollen tot maximaal 2 mm en dan royaal besmeren met de crème fraîche en beleggen met de uien. Bak ongeveer 15 minuten in een voorverwarmde oven van 240 graden.


Lekker bij een kopje soep :)

maandag 27 januari 2014

Saté

Saté, en vooral saté met pindasaus, kan eigenlijk niet binnen het Weight Watch dieet. Die pindakaas hakt er zo in dat het eigenlijk niet meer leuk is. Maar goed, af en toe moet dat natuurlijk wel kunnen. Zelf gemaakt natuurlijk want dat blijft het aller lekkerste. Mijn moeder maakte vroeger al de saté op deze manier. Stukjes vlees marineren met een uitje, aanbakken en dan de saus er gewoon overheen. Alles lekker in één pannetje. Alleen bestond de marinade vroeger alleen uit ketjap met hooguit knoflookpoeder. In de jaren ben ik daar wel wat meer qua kruiden aan toe gaan voegen en soms ook weer eraf halen. Zo gebruikte ik een tijd sereh in de pindasaus maar mijn mannen konden daar toch maar niet aan wennen. En pittig, tjah, dat moet iedereen maar voor zichzelf bepalen. Ik vind mezelf best een pittig meisje, ook buiten de pindasaus om trouwens, maar mijn mannen en het kleine meisje houden er niet zo van. Aan tafel gaat er op mijn bordje dus een extra schepje sambal overheen.



Voor de saté voor 4 personen:
  • 400 gram varkenshaas of fricandeau
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 ui
  • 1 eetlepel zonnebloemolie
  • 2 eetlepels ketjap manis
Voor de pindasaus:
  • 300 ml halfvolle melk
  • 2 flinke eetlepels pindakaas
  • stukje gember van ongeveer 2 cm
  • 1 theelepel koriander
  • 2 eetlepels ketjap manis
  • 1/2 Spaanse peper of sambal naar smaak

Snijd het vlees in blokjes van ongeveer 2 cm. Neem gerust kipfilet als je dat wilt, dat doen wij ook regelmatig. Snijd de teentjes knoflook fijn en de ui en kwart ringen. Schep de blokjes vlees om met de ui, de knoflook, de zonnebloemolie en de ketjap en laat dit rustig minimaal een uurtje (of langer als je de tijd hebt) marineren in de koelkast.
Bak het vlees na het marineren rondom bruin en gaar en blus dit vervolgens af met de melk. Zet het vuur zacht en voeg de overige ingredienten toe voor de saus. Laat de saus in dikken tot het de gewenste dikte heeft. Wil je de saus dikker voeg dan nog wat pindakaas toe maar doe dit niet te snel, de pindasaus heeft even tijd nodig om te dikken. Wil je de saus minder dik voeg dan nog een scheutje melk toe.
De kindjes vinden het erg lekker om er nog geroosterde uitjes overheen te strooien maar aangezien die nogal wat WW points bevatten laat ik dit op mijn bordje achterwege.

woensdag 22 januari 2014

Risotto met witflof en rucola

Eigenlijk doe ik niet veel spannende dingen met witlof. Rauw vind ik het niet zo lekker en dus maken we witlof alleen gewokt met spekjes of uit de oven met ham en kaas. Ik had ruim een kilo gekocht en dan wil je ook wel eens wat anders proberen dus ik ging op zoek in het grote Google gebeuren. Ik vond een risotto, heel basic met spekjes en ui en daar bovenop gegrilde witlof. Maar waarom de witlof er niet in?



Je hebt nodig voor 4 personen:
  • 1 ui
  • 100 gram magere spekreepjes
  • 250 gram risottorijst
  • 1 theelepel thijm
  • 1 1/2 bouillonblokjes
  • 1,25 liter water
  • 1 eetlepel pesto
  • 3 flinke witlofstronken (ongeveer 500 gram)
  • 100 gram champignons (optioneel)
  • 75 gram (rucola)
  • Vers gemalen peper
  • 50 gram smeerkaas 20+
Ik begrijp dat er mensen zullen zijn die hun wenkbrauwen fronsen bij het zien van de smeerkaas maar dit is mijn Weight Watch friendly alternatief. We staan even helemaal stil, er gaat geen grammetje vanaf maar dat wil niet zeggen dat ik er niet mee bezig ben. 20+ smeerkaas dus als alternatief voor de roomboter en de Parmezaanse kaas. Ik vind dit perfect werken.

De bouillonhoeveelheid is een indicatie. Bij de rijst die ik gebruik heb ik voldoende aan deze hoeveelheid maar ik zie ook andere verhoudingen staan. Omdat de spekjes natuurlijk ook al vrij zout zijn gebruik ik niet zoveel bouillonblokjes, 2 bleek echt teveel maar proef en zout gerust bij als jij dat nodig vind.

Kook water en los hierin de bouillonblokjes op. Verhit ondertussen een pan met dikke bodem en bak hierin de spekjes op een matig vuur aan. Snipper ondertussen de ui, snijd de champignons in halve plakken en snijd de witlofstronken in grove repen. Voeg, als de spekjes beginnen te kleuren de thijm en de ui toe en laat de ui op een zacht vuurtjes glazig worden. Zet het vuur dan iets hoger en bak de champignons en witlof ongeveer 2 minuten mee. Schep zoveel mogelijk uit de pan en zet dit even in een kom apart. Laat de witlof niet uit lekken, het vocht roer je straks weer door de risotto want hier zitten natuurlijk heel veel smaken in.


Doe als de pan te droog is een scheutje olie in de pan en bak hierin zachtjes de rijst even aan totdat de korrels glazig worden en je witte puntjes in de kern ziet. Dit is het moment om de rijst af te blussen met wijn maar aangezien hier kindjes mee eten blus ik af met een kleine lepel bouillon en roer nog een paar keer goed door. Voeg nu lepel voor lepel de bouillon toe. Blijf ondertussen goed roeren en voeg pas weer de volgende lepel bouillon toe als alle vocht is opgenomen. Doe dit alles op een matig vuurtje, niet te hoog. Na ongeveer 20 minuten zal de rijst bijna gaar zijn, vanaf nu proef je dus. Voeg de eetlepel pesto toe. Als je proeft dat de rijst zo goed als gaar is voeg je de witlof, champignons en spekjes weer toe. Voeg nog een lepel bouillon toe tot de rijst gaar is.



Voeg dan nog een lepel bouillon toe, de risotto moet net iets natter zijn dan je eigenlijk wilt en roer dan de smeerkaas door de risotto. Vuur uit, deksel op de pan en tien minuten laten rusten. Leg de risotto op een plank en haal een aantal keren het mes erdoor, 3 à 4 keer is genoeg. Roer de rucola dan snel door de risotto en dien de risotto op.

De insteek van dit recept was om eens iets anders te doen met witlof, niet om er een budget recept van te maken maar toen ik ging tellen zag ik dat het eigenlijk wel heel erg mee valt. Met alle ingrediënten bij elkaar (de thijm en pesto niet mee geteld, de witlof en champignons waren in de aanbieding) kwam ik uit op een bedrag van: 

€ 2.80

dinsdag 21 januari 2014

Jodenhaas

Ik lag laatst weer eens een herhaling van 24Kitchen te kijken 's nachts. En daar gaf een Engelse slager tekst en uitleg over de mooie stukjes rundvlees die niet standaard in de vitrine bij uw en mijn slager liggen. Stukjes rundvlees als Jodenhaas, longhaas en bavette die volgens de slager zelfs zijn voorkeur hadden boven een "normaal" biefstukje. Dat wekte natuurlijk wel mijn interesse en of het zo moest zijn stond ik een week later bij de horeca groothandel voor een verpakking Jodenhaas. Tjah, dat moest geprobeerd worden.

"Jodenhaas (ook wel schouderhaas of diamanthaas genoemd) is een stukje vlees dat zich bevindt tussen de schouders aan de voorkant van het rund. Orthodoxe Joden mogen vanwege hun spijswetten geen vlees van de achterbout eten maar een stuk biefstuk van de voorvoet is wel toegestaan. Dit verklaart meteen de naam Jodenhaas. Qua vorm lijkt de Jodenhaas op ossehaas maar de stukken wegen slecht 300 tot 400 gram. Het is het meest malse stuk vlees uit de schouder." (bron: www.jodenhaas.nl)


Toen ik het zo op m'n snijbord had liggen wist ik het niet zeker hoor. Het rook prima, voelde ook goed aan en eigenlijk was er niks om me zorgen over te maken. Maar toch. De eerste kilo die ik kocht was bedoeld voor tijdens het gourmetten en ik wilde natuurlijk wel zeker zijn dat het echt mals vlees was. Ik besloot dus een reep van ongeveer 5 cm af te snijden en dit snel rondom aan te bakken. Na een paar minuutjes rusten stonden de kleine man en ik allebei aan het aanrecht en sneed ik het stuk in reepjes. "wauw", hoorde ik alleen maar naast me en hij zei daarmee wat ik voelde en proefde. Dit was absoluut een fantastisch stukje rundvlees, heerlijk mals en zacht en zeer zeker een gourmetavondje waardig en terwijl we de kleine stukjes op peuzelden stuurde ik manlief een whatsappje: "Als je langs de groothandel komt......"

Maar hoe zou het zijn om deze Jodenhaas als geheel te bakken? Nou ik kan jullie inmiddels vertellen dat dit ook zeer zeker de moeite waard is. Bovenstaande foto waren stukjes van iets meer dan 250 gram. Eigenlijk vind ik dat het mooi stukje rundvlees niet meer nodig heeft dan peper en zout. Een scheutje olie en een klontje boter in de pan dus en de stukken Jodenhaas met vers gemalen peper rondom bruin aan braden. Ongeveer 3-4 minuten per kant. Daarna ongeveer tien minuten laten rusten op een afgedekt, voorverwarmd bord. Ondertussen bakte in de champignons in het braadvet van de Jodenhaas. De Jodenhaas zouten en snijden en serveren met de gebakken champignons.



Een fantastisch stukje rundvlees, goedkoper dan een biefstukje. Ik kan het jullie zeer zeker van harte aan raden.

maandag 20 januari 2014

Macaroni met smac

Als kind ging mijn grote liefde bij een klasgenootje spelen en kreeg daar macaroni met smac. Thuis vroeg hij, volgens hem, jaren aan zijn moeder om de macaroni ook een keer op die manier te maken maar zijn moeder gaf daar geen gehoor aan. Het heeft allemaal kennelijk indruk gemaakt want hij heeft het er nu, jaren later, nog steeds over. Tijdens mijn zoektocht naar gezonde, voedzame, echte budgetmaaltijden stond ik opeens met een blikje luncheon meat, of smac zoals iedereen het eigenlijk kent, in mijn handen. Dit keer de Euroshopper variant voor maar € 0.89. Ik weet dat manlief het graag eet op een boterham dus het lag eigenlijk al in m'n mandje toen ik bedacht dat het misschien ook op een andere manier te gebruiken was. Ik kan me van vroeger wel herinneren dat mijn moeder smac of ham uit blik gebruikte in koude macaroni dus misschien was het ook wel te gebruiken in een warme macaroni.



Voor 4 personen:
  • 300 gram pasta (neem minder als dit voor jou teveel is)
  • 2 blikjes tomatenpuree
  • 1 ui
  • 3 teentjes knoflook
  • 1 zak soepgroente (450 gram)
  • 1 blikje luncheon meat
  • 3 eetlepels ketjap manis


Kook de macaroni en spoel deze even vlug af. Snipper ondertussen de ui en fruit deze in een klein scheutje olie. Snijd de knoflook fijn en bak heel even mee met de uit. Voeg de soepgroenten toe en bak ook deze even mee. Voeg de tomatenpuree toe en bak ook de tomatenpuree een minuutje mee. Door de tomatenpuree heel even mee te bakken zorg je dat deze minder zuur wordt. Snijd de luncheon meat in blokjes van ongeveer één cm.



Roer de macaroni, de luncheon meat en ketjap erdoor en laat goed doorwarmen. Strooi er eventueel een beetje paneermeel en geraspte kaas over en laat even gratineren onder de grill. Je krijgt zo een mooi, knapperig kaas laagje. Deze macaronischotel was bijzonder budgetvriendelijk en kostte:

€ 1.93